Het is een van de eerste vragen die mensen stellen als een scheiding in beeld komt: wie van ons tweeën mag in het huis blijven wonen? Begrijpelijk, want het huis is niet alleen een financiële kwestie. Het is de plek waar de kinderen hun kamer hebben, waar het leven zich afspeelt. In dit soort situaties lopen emoties en juridische regels al snel door elkaar. Daarom zetten wij de regels hier rustig op een rij.

Tijdens het huwelijk hebben jullie allebei woonrecht

Zolang jullie getrouwd zijn, mogen jullie allebei in de echtelijke woning wonen. Het maakt daarbij niet uit op wiens naam het huis staat en ook niet wie de hypotheek of de huur betaalt. Niemand kan de ander zomaar de deur uitzetten. Ook de sloten vervangen terwijl de ander nog woonrecht heeft, mag niet. Wie dat toch doet, zet zichzelf juridisch op achterstand.

Weggaan betekent niet dat u uw rechten kwijtraakt

Veel mensen blijven noodgedwongen onder één dak wonen omdat ze bang zijn rechten te verliezen zodra ze vertrekken. Dat beeld verdient nuance. Uw financiële aanspraak op de woning, bijvoorbeeld uw aandeel in de overwaarde, verdwijnt niet doordat u tijdelijk ergens anders slaapt. Wel kan een vertrek praktische gevolgen hebben. Wie al ergens anders woont, heeft in een procedure over het gebruik van de woning soms een minder sterk verhaal. Overleg dus eerst met een advocaat of mediator voordat u vertrekt, zeker als er kinderen in het spel zijn.

De rechter kan de woning tijdelijk aan één van beiden toewijzen

Lukt het niet om samen af te spreken wie er voorlopig blijft, dan kan de rechtbank een knoop doorhakken. Dat gebeurt via een zogeheten voorlopige voorziening: een snelle beslissing die geldt zolang de echtscheidingsprocedure loopt. De rechter bepaalt dan wie het uitsluitend gebruik van de woning krijgt. Bij die afweging spelen de kinderen een grote rol, maar ook de vraag wie het meest aan de woning gebonden is en wie het makkelijkst vervangende woonruimte kan vinden. Let wel: zo’n beslissing gaat alleen over het gebruik van het huis, niet over de eigendom.

En na de scheiding?

Is de scheiding eenmaal definitief, dan kan de echtgenoot die in de woning woont maar geen (mede)eigenaar is, de rechter vragen om er nog maximaal zes maanden te mogen blijven wonen. Daar staat een redelijke vergoeding tegenover. Die periode is bedoeld om rustig iets anders te vinden. Uiteindelijk moet er natuurlijk een definitieve oplossing komen: het huis wordt verkocht, of één van beiden neemt het over en koopt de ander uit. Bij een overname kijkt de bank altijd mee, want de hypotheek moet op één inkomen haalbaar zijn.

De ervaring leert dat de meeste stellen er met goede begeleiding samen uitkomen, zonder dat de rechter over de woning hoeft te beslissen. Dat scheelt tijd, geld en spanning.

Ga naar de inhoud